Kaizen, kleine stappen naar verandering

De filosofie van Kaizen is ontstaan rondom de Tweede Wereldoorlog, toen met weinig middelen efficiënter gewerkt moest worden. De naam Kaizen is gegeven in Japan, waar het gedachtengoed inmiddels veelvuldig geïmplementeerd is. Kaizen staat voor kleine stappen naar verandering. Een grote vernieuwing of verbetering gaat vaak met zulke grote veranderingen gepaard dat dit bij mensen op weerstand stuit. Het maakt de amygdala wakker en onderdrukt de cortex en ons vermogen tot creatief denken. Met de kleine stappen van Kaizen omzeil je deze mechanismen van je hersenen, je omzeilt de weerstand en wakkert het creatief denken aan. Dit artikel is een samenvatting van het boek ‘De kunst van Kaizen’, geschreven door Robert Maurer.

Kaizen gaat uit van een aantal strategieën.

1. Het stellen van eenvoudige vragen

De eerste strategie is het stellen van eenvoudige vragen om angst te verdrijven en creativiteit aan te moedigen. Eenvoudige vragen scheppen een mentale omgeving die ongegeneerde creativiteit en speelsheid verwelkomt. De vragen hoeven niet tot direct antwoord te leiden, maar kun je laten ‘werken’ in je brein. Als je je hersenen langere tijd bij herhaling dezelfde vraag voorspiegelt, kunnen ze uiteindelijk niet anders dan een antwoord op de vraag gaan zoeken.

Maak de vragen klein en eenvoudig, zodat ze geen angst oproepen. Hier enkele voorbeelden van Kaizen vragen, ter inspiratie voor jouw eigen vragen.
- Welke ene kleine stap kan ik zetten in de richting van mijn doel?
- Als ik zeker wist dat ik niet zou falen, wat zou ik dan anders doen?
- Als gezondheid mijn eerste prioriteit is, wat wil ik vandaag dan anders doen?
- Op welke manier kan ik mezelf eraan herinneren dat ik meer water wil drinken?
- Hoe kan ik dagelijks een paar minuten tijd overhouden om oefeningen te doen?
- Wie kan ik om hulp of inspiratie vragen?
- Welk klein en liefdevol gebaar zou je nu van een partner willen zien? (i.t.t. Hoe ziet mijn ideale partner eruit?)
- Als ik 100% zeker was dat mijn prins op het witte paard binnen een maand zou verschijnen, wat zou ik vandaag dan anders doen?
- Stel dat jouw ideale man dezelfde interesses heeft, waar wil je hem dan ontmoeten?
- Wanneer je moeite hebt met iemand in je omgeving: Wat is één goede eigenschap van deze persoon?
- Als je de neiging hebt je afgewezen te voelen: Welk ene kleine ding is bijzonder aan mij of mijn bedrijf?

Vragen stellen aan anderen kan ook helpen als je moeite hebt je eigen behoeften te verwoorden.
- Noem één ding van je man waar jij gelukkig van wordt.
- Wat is één aspect van je werk waar jij je prettig bij voelt?

2. Het denken van eenvoudige gedachten

De tweede strategie is het denken van eenvoudige gedachten om nieuwe vaardigheden en gewoonten aan te leren, zonder er een spier voor te verrekken. De simpele techniek van gedachteverbeelding gebruikt ‘eenvoudige gedachten’ om je te helpen nieuwe sociale, mentale en zelfs fysieke vaardigheden te ontwikkelen – alleen door jezelf voor te stellen dat je ze uitvoert. Je stelt je hierbij de situatie voor, alsof je er zelf in acteert, niet alleen visueel maar ook hoor, proef, ruik en voel je wat er gebeurt.

Gedachteverbeelding kan o.a. helpen om
- Angst voor medische ingrepen te overwinnen
- Kalm te reageren in een emotioneel beladen situatie en niet in woede uit te barsten
- Je eetpatroon onder controle te houden
- Je verzet tegen dagelijkse lichaamsoefeningen uit te bannen
- Je meer op je gemak te voelen bij het praten met vreemden
- Vlot in het openbaar te leren spreken.

Gedachteverbeelding in kleine stappen:
1. Pik er een taak uit die je angstig maakt om uit te voeren. Geef jezelf minstens een maand voordat je het echt gaat uitvoeren.
2. Bepaald hoeveel seconden je per dag aan je gedachteverbeelding gaat besteden. Ja, seconden. Maak het klein en behapbaar. Herhaling is belangrijk.
3. Ga rustig zitten of liggen en doe je ogen dicht.
4. Stel je voor dat je je in die lastige situatie bevindt en kijk om je heen. Wat zie je? Wie zijn er aanwezig? Hoe zien ze eruit, wat dragen ze en hoe is hun houding?
5. Welke geluiden, geuren en smaken zijn er om je heen?
6. Stel je voor dat je zonder een spier te bewegen de handelingen uitvoert. welke woorden gebruik je? Hoe klinkt je stem en hoe trekt die door je lichaam? Wat zijn je fysieke gebaren?
7. Stel je een positieve reactie voor.
8. Breid je tijd langzaam uit, maar alleen wanneer de huidige stap moeiteloos gaat.
9. Wanneer je je prettig voelt bij het beoefenen hiervan, stel je dan een vreselijk scenario voor en hoe je daarop afdoende reageert.
10. Als je denkt dat je er klaar voor bent om de echte taak aan te kunnen, probeer dan eerst enkele kleine stappen.

3. Het uitvoeren van simpele acties

De derde strategie is het uitvoeren van simpele acties die succes garanderen. De vragen en gedachten kunnen je voorbereiden, maar uiteindelijk komt het natuurlijk aan op handelen. Simpele acties zijn de basis van Kaizen. Door kleine stappen te zetten die onbelangrijk of zelfs lachwekkend lijken, omzeil je kalm de obstakels waardoor je je eerder altijd uit het veld liet slaan. Enkele voorbeelden van Kaizen-acties:

Niet teveel geld uitgeven – Haal één voorwerp uit je winkelwagentje voor je naar de kassa gaat.
Met lichaamsoefeningen beginnen – Ga elke ochtend enkele minuten op de loopband staan. Ja, gewoon staan!
Afvallen – Gooi de eerste hap van een dikmakende snack weg. De volgende maand gooi de eerste en de tweede hap weg. Vervolgens drie enz. totdat je de snack niet meer wilt of er geen happen meer zijn.
Omgaan met stress – Noteer elke dag welk lichaamsdeel gespannen voelt (je nek, onderrug, schouders?) Haal vervolgens één keer diep adem.
Het huis op orde houden – Kies een deel van het huis uit, stel een kookwekker op 5 minuten in en ga opruimen. Stop wanneer de wekker afgaat.
Een vreemde taal leren – Leer elke dag één woord. Als dat te moeilijk is, probeer dan elke week een nieuw woord te leren.
Meer slapen – Ga elke avond één minuut eerder naar bed of blijf ‘s ochtends een minuut langer liggen.

Kaizen acties zijn gratis en kosten weinig tijd. Kaizen acties breken je verzet. De kleine veranderingen kunnen een groot resultaat geven en leiden anders moeiteloos via nieuwe acties uiteindelijk ook tot het gewenste resultaat.

4. Het oplossen van kleine problemen

De vierde strategie is het oplossen van kleine problemen, zelfs wanneer je geconfronteerd wordt met een overweldigende crisis. Door jezelf te trainen kleine problemen te herkennen en op te lossen, kun je pijnlijke problemen en oplossingen en in de toekomst voorkomen. Het herstellen van kleine foutjes in een productieproces blijkt bv grotere problemen verderop in het proces te voorkomen. In functies waarin men niet mag falen, zoals een chirurg  of een piloot, zie je vaak dat deze mensen in staat zijn zeer zwakke waarschuwingssignalen op te sporten en ferme beslissende maatregelen te treffen.

Bij de start van je veranderingsproces is het goed opmerkzaam te zijn op kleine problemen en hier iets mee te doen. Je bent net begonnen en hebt de neiging dan te willen doorgaan. Maar als je bv pijn krijgt bij het joggen, kun je ernstig letsel voorkomen door niet zomaar door te gaan. Als het einddoel in zicht is, wordt het ook moeilijker om kleine problemen op te merken, die je toch verder van je doel af kunnen brengen. Ook ten tijde van een overweldigende crisis kan het moeilijk zijn om kleine problemen waar te nemen. Maar een klein probleem aanpakken dat aan de oorsprong van de crisis staat kan wel eens veel effectiever zijn dan dure oplossingen (die vaak ook meer met symptomen dan oorzaken te maken hebben).

Deze waarschuwingssignalen komen regelmatig voor, negeer ze niet.
- Ergerlijke eigenschappen van een nieuwe partner. Een kleine ergerlijke gedraging kan een uiting zijn van een groter onderliggend probleem. Wanneer je dit herkent, kun je erover praten.
- Mindere vaardigheden van een sollicitant. Het is efficiënter om een functie niet te vervullen dan een onbekwaam iemand aan te nemen.
- Boze of kritische stemmen. De innerlijke stemmen die zeggen, waarom geef je het niet gewoon op? Deze stemmen stimuleren de vecht-of-vluchtreactie en houden vooruitgang tegen. Je kunt de stemmen laten zwijgen door ze met je bewustzijn te confronteren en kleine stappen te zetten.
- Kleine hardnekkige signalen van pijn bij lichaamsbeweging.
- Een zwak maar zeurend gevoel dat er iets mis is. Als je het gevoel krijgt dat de stap die je aan het zetten bent of het doel dat je voor ogen hebt niet juist is, geef je innerlijke wijsheid dan het respect dat zij verdient. Door er aandacht aan te geven kun je een klein vlammetje doven voordat het een vernietigende brand wordt.

5. Het geven van kleine beloningen

De vijfde strategie is het geven van kleine beloningen aan jezelf of anderen om de beste resultaten te bereiken. Kleine beloningen zijn de perfecte aanmoediging. Ze zijn niet alleen goedkoop en gemakkelijk, maar stimuleren de innerlijke motivatie die nodig is voor blijvende verandering. Grote beloningen zijn een externe motivator, kleine beloningen stimuleren je interne motivatie. Mensen worden vaak het meest gemotiveerd door waardering. Je geliefd en gehoord voelen, en trots zijn op wat je gedaan hebt.

Een goede beloning bezit drie eigenschappen:
- De beloning moet bij het doel passen. Wanneer je wilt afvallen is een beloning die met eten te maken heeft ineffectief.
- De beloning moet bij de persoon passen. Wat voor jou een beloning is, hoeft het voor de ander niet te zijn. Een ondersteunende vraag kan zijn: hoe weet je dat men van je houdt /  je waardeert?
- De beloning mag niets of weinig kosten.

6. Het herkennen van kleine momenten

De zesde strategie is het herkennen van kleine maar beslissende momenten die ieder ander negeert. De levensbenadering van Kaizen vereist een trager tempo en waardering van kleine momenten. Deze plezierige techniek kan tot creatieve doorbraken en versterkte relaties leiden en je dagelijks stimuleren.

Wanneer je een plan voor verandering uitvoert en je merkt dat je verveeld, rusteloos bent of vast zit, bekijk dan of je plezierige momenten kunt opmerken. Mensen die veel succes hebben, kunnen hun nieuwe gedrag omzetten in een bron van plezier en trots. Concentreer je op de momenten van verandering die je vreugde schenken.

‘De ware schepper wordt herkend aan zijn vaardigheid op elk moment in de gewoonste en nederigste dingen iets op te merken dat waardevol is.’ – Igor Stravinsky

Het ontwikkelen van een bewustzijn voor kleine momenten.
1. Zoek een persoon met een andere mening dan de jouwe over sociaal-politieke kwesties als abortus of wapenbezit. het is beter als deze persoon een vreemde is en geen familielid of vriend.
2. Begin een gesprek met deze persoon en stel vragen met slechts één doel: zijn of haar standpunt ontdekken en de redenen ervan begrijpen.
3. Probeer geen discussie aan te gaan, te overtuigen of veroordelend te klinken.
4. Je weet dat je succes hebt als je die persoon steeds meer ziet ontspannen en als hij of zij jouw interesse en respect opmerkt.

Kaizen is de basis van sterke relaties, opgebouwd uit een reeks kleine momenten. Het zijn de kleine momenten waaruit de waardering voor elkaar blijkt die belangrijker zijn dan grote verrassingen.

De meesten van ons besteden zoveel tijd aan het verleden of de toekomst dat we de kleine momenten mislopen. Als je merkt dat je jezelf verliest in zorgen of spijt, probeer dan dit:
1. Vraag jezelf: Moet ik iets leren veranderen door deze gedachten of spijt?
2. Als het antwoord ja is, zet dan die stap voor verandering. Als het antwoord nee is, en dat is het vaak, zoek dan in de kamer naar een voorwerp of persoon waar jij je het prettigst bij voelt. Richt je gedachten hier dertig seconden op. Deze actie leert je hersenen van het moment genieten.

Implementatie van deze strategieën in je leven helpt om succesvol te zijn in de doelen die je jezelf stelt en  een optimistisch geloof in je potentieel voor blijvende verbetering!

Vond je deze samenvatting interessant, kan ik je zeker het boek aanraden voor meer voorbeelden en uitleg.

Vier keer is scheepsrecht

In 2016 nam ik mezelf voor te gaan trainen voor de avondvierdaagse. Ik kon niet veel verder lopen dan 2 km hetgeen in de zomer kort is. Het grootste deel van mijn leven was dat al mijn grens. De fysio gaf me een oefenschema. Na een paar weken kreeg ik echter de ene na de andere blessure. Ik begon te ontdekken dat ik een ongunstig looppatroon had, waarmee ik mijn lichaam teveel belastte.

Een aantal hulpverleners verder kon nog steeds niemand me daar echt mee helpen en was de avondvierdaagse allang vervlogen in de avondzon. Het jaar daarop kreeg ik een gek bulten-op-mijn-hoofd virus en aansluitend een longontsteking in de maanden voorafgaand aan de avondvierdaagse.

In 2018 een nieuwe poging. Inmiddels een revalidatietraject en semi-orthopedische schoenen rijker en eindelijk iemand getroffen die me kon tonen hoe ik mijn looppatroon kon verbeteren. Door een gekneusde teen liep ik echter twee maanden vertraging op in mijn trainingsschema en opnieuw lijkt 2 – 2,5 km een grens waar mijn lichaam niet goed voorbij komt.

Nu besloten dat viermaal scheepsrecht is en ik de avondvierdaagse bewaar voor 2019. Nu ga ik eerst blijven wandelen op deze afstand tot mijn lichaam er geen moeite meer mee heeft en daarna weer uitbouwen.

Op levenslange grenzen doorbreken
Op 2019 avondvierdaagse
Op langere zomerwandelingen

Eigenwijsheid

Eigenwijsheid, het laat je

  • afwijken van gebaande paden
  • durven afwijken
  • loskomen van wat anderen zeggen
  • loskomen van ‘hoe het hoort’
  • je passie volgen
  • je eigen weg volgen
  • luisteren naar je gevoel

En het geeft kracht, moed en daadkracht

Eigenwijsheid, het laat je soms ook

  • doof zijn voor adviezen
  • je verstand negeren
  • voor omwegen kiezen


Hoe fijn is het dan als je in een groep mag komen, waar jouw afwijkende pad ook hun pad is? Waar jouw eigen wijsheid ook hun wijsheid is?

 

Leefstijlmodel Je Eigen Huis

In mijn beide studies stond leefstijl voorop en het effect daarvan op gezondheid en welzijn. Vele modellen en theorieën kwamen voorbij. Vaak gericht op de maatschappij en vanuit een groter perspectief dus dan één persoon. Leefstijl zie je ook wel als term in nieuwsberichten als dé oplossing voor overgewicht, diabetes en allerlei andere welvaartziekten. Een gezonde leefstijl zou de manier zijn om risico’s op ziekten en aandoeningen te verkleinen.

Nu twaalf jaar later ben ik op mijn eigen model uitgekomen. Als mensen me advies gaven over wat ik zou moeten doen om me beter, gezonder of fitter te voelen, was dit vaak op één ding gericht. Of gezonder eten, of een betere conditie bouwen door meer te bewegen, of meer mediteren, of aan mijn beperkende gedachten werken, of meer vrienden vinden. Vaak richten mensen zich op één bepaald aspect, terwijl leefstijl nu juist het totale plaatje is van al deze onderdelen. Ze dragen allemaal bij aan je gezondheid en welzijn.

Ik ben me af gaan vragen welke onderdelen in mijn ogen bij die gezonde leefstijl horen en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Ik kwam hierbij uit op de vorm van een huis. Tevens een mooie symboliek, denk aan uitspraken als ‘je lichaam is je tempel’.

 

Leefstijlmodel Je Eigen Huis – de fundering

Aan de fundering van het huis staan gezonde voeding en voldoende beweging. Ons lichaam wil goed gevoed worden en heeft beweging nodig om alle scharnieren gesmeerd te houden. Beweging houdt evenals voeding de verschillende lichaamsfuncties op peil. Beiden beïnvloeden ook je risico op ziekten, hoe je je mentaal en emotioneel voelt. Vandaar, een belangrijke fundering. Onder gezonde voeding valt in deze ook alcohol, drugs en roken, dat je niet teveel kwalijke dingen aan je lichaam geeft.

De muren

De muren worden gevormd door ontspanning en een goede nachtrust, en goede sociale relaties. Stress is een van de grootste boosdoeners van ziekte en gebrek aan welzijn. Goede ontspanning is belangrijk om stress de baas te blijven. Ontspanning kan gevonden worden in bewegen, maar ook bvin meditatie, een goed gesprek of fijne dingen doen. Een goede nachtrust is tevens onontbeerlijk voor onze gezondheid. Tijens de nacht herstelt je lichaam, vernieuwen je cellen zich en doe je weer nieuwe energie op. Ook verwerken we emoties en herinneringen tijdens onze dromen.

Bij de tweede muur staat sociale relaties. Mensen zijn sociale wezens en zoeken graag elkaars contact op. We hebben behoefte ergens bij te horen, geliefd en gezien te zijn. Goede sociale relaties dragen zo zeer bij aan je mentaal en emotioneel welzijn. Tevens kunnen goede sociale relaties belangrijke steun geven die bijdraagt aan het opbouwen van je gezonde leefstijl.

Het dak en het cement waarmee het huis gebouwd is

Dingen doen waar je blij van wordt, zie ik als een essentieel onderdeel van goed voor jezelf zorgen. Doen waar je blij van wordt geeft een energie die enorm voedend is voor je lichaam en voor je ziel. Het draagt bij aan ontspanning en inspireert naar mijn idee ook je sociale relaties. Daarom heb ik van dingen waar je blij van wordt het dak gemaakt, die het huis afrondt en staat tussen jouw huis en de buitenwereld.

Tot slot zijn er nog jouw gedachten, die als het cement zijn waarmee je huis opgebouwd is. Je gedachten ondersteunen of ondermijnen alle onderdelen van het huis. Een groeimindset verwijst naar ondersteunende gedachten waarmee je jezelf een groeiproces en ontwikkeling toestaat om op alle onderdelen voor dat gedrag te kiezen dat jou het meest goed doet. Gedachten en ideeën die jou ook ondersteunen in het dealen met de moeilijke dingen die we allemaal ook meemaken.

Slotgedachte

Bij een slechte fundering kunnen muren instorten, maar stevige muren kunnen in deze ook helpen om de fundering te verstevigen. Alle onderdelen werken op elkaar in, versterken of verzwakken elkaar, om zo bij te dragen aan hoe stevig het huis staat. Meerdere aspecten dus waar je over na kunt denken als het gaat over je gezondheid en welzijn, en hoe je daaraan kan bijdragen.

Maakbaarheid achter bewustzijn

In het huidig tijdperk is er een trend van bewustzijn, of beter gezegd bewust zijn. Steeds meer mensen staan bewust stil bij zichzelf, wat ze ervaren en over hoe het leven in elkaar steekt. Hoe meer je begrijpt waarom dingen (lijken te) gebeuren, hoe meer er een maakbaarheid van het leven kan ontstaan. Het idee dat we alles kunnen bereiken wat we willen, als we maar hard genoeg ons best doen.

Bewustzijn vs bewust zijn

Wikipedia geeft de volgende definitie over bewustzijn. Bewustzijn is het vermogen om te kunnen ervaren of waarnemen, oftewel een beleving of besef hebben van jezelf en de omgeving. Bewustzijn is een reflectie op indrukken uit de buitenwereld, bijvoorbeeld van mensen, voorwerpen of licht, en uit de binnenwereld, bijvoorbeeld van emoties, gedachten of behoeften.

De huidige cultivatie van dit vermogen tot waarnemen en reflecteren, vraagt eigenlijk deze woorden uit elkaar te trekken: bewust zijn. Bewust (willen) zijn van waarom dingen gebeuren en waarom jij dingen doet. Of dit nu ontstaat vanuit spiritualiteit, religie, filosofie en kennis vanuit psychologie of neurologie, we staan bij meer aspecten stil en vormen we daar onze ideeën over. Zo zijn we:

  • meer bewust van onszelf en waarom we dingen doen;
  • meer bewust van andere mensen en hun acties;
  • meer bewust van de wereld om ons heen en waarom dingen gebeuren.

Een aantal trends in ideeën hierover zijn waar te nemen.

Alles is een keuze

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat alles in het leven een keuze is en vele woorden zijn hierover al geschreven. Lang was dit ook mijn idee. Veel keuzes zijn duidelijk, welk huis je koopt, wat je gaat werken, wat je vanavond eet of wat je vanmiddag gaat doen. Maar ook hoe je met situaties omgaat, zien veel mensen als een keuze. Jij bepaalt hoe je reageert. Daarmee wordt slachteroffergedrag, lijden en de andere kant, gelukkig zijn allemaal een keuze. Zelfs emoties zouden een keuze zijn. Vanuit 365 dagen succesvol schrijven ze, een emotie duurt 9 seconden, daarna wordt het een keuze. Je emoties komen voort uit je gedachten, en jij zou kiezen wat je denkt.

Sommige schrijvers geven dan nog de opening, dat het niet altijd een bewuste keuze is. Maar is een onbewuste keuze werkelijk een keuze? Of word je vanuit jouw neurologische paadjes, vanuit jouw overtuigingen en beperkingen, vanuit jouw visie op dat moment geleid naar de enige ‘keuze’ die je op dat moment kan maken?

Je kunt alles bereiken, als je maar wilt en genoeg je best doet

Voortvloeiend uit ‘alles is een keuze’ begint de maakbaarheid van het leven te ontstaan. Want als alles een keuze is, dan heb jij dus invloed op wat je doet, denkt en voelt. Als dat dan niet positief of fijn is, heb je daar zelf voor gekozen. Slachtoffergedrag, depressiviteit, vervelende situaties en pech, overal menen we zelf een keuze in te hebben. Maar als je dat gelooft, kun je dan nog begrip en compassie hebben met jezelf en andere mensen wanneer jij of die ander toch een ongelukkige uitkomst ‘kiest’? Heb je er dan begrip voor wanneer er een omweg nodig is om te komen waar je zijn wilt? Heb je er begrip voor als de beperkingen waar je tegenaan loopt, op dat moment simpelweg nog even zo zijn? En dat er soms gewoon simpelweg vervelende dingen in het leven gebeuren?

Niets is toeval en alles gebeurt met een reden

Vaak gelezen is ook het idee dat niets je zomaar overkomt. Je zou het aantrekken, omdat je nog bepaalde dingen over jezelf of het leven gelooft. Je trekt het aan, omdat je nog bepaalde lessen in het leven te leren hebt. De ervaring is immers, dat we vaak waardevolle lessen kunnen halen uit de dingen die we meemaken in het leven. Maar stel jezelf eens deze vraag: gebeurt iets omdat je ervan te leren hebt of gebeurt iets en leer je ervan? Als we dingen meemaken, omdat we ze zelf als lessen aantrekken, dan ligt de invloed op je leven en wat je meemaakt dus bij jou.

Metafysische verklaring van ziekten en andere signalen

Ook hip is het opzoeken wat de dieperliggende verklaring zou zijn van ziekten, symptomen, ervaringen en cravings (wat we graag eten). Ook al deze dingen zouden we in het leven roepen, omdat we bepaalde dingen in onszelf nog niet willen erkennen en we bepaalde lessen te leren hebben. Als je niet naar het fluisteren van je lichaam luistert, gaat het vanzelf een keer schreeuwen. Een griep of verkoudheid, hoofdpijn, darmkrampen of hamertenen, ieder aspect wijst naar voor iedereen dezelfde verklaring. Zijn mensen werkelijk zo eenduidig? En wordt ons lichaam enkel en alleen door jouw emoties en overtuigingen? Er zijn ook baby’s en mensen met minimaal verstandelijke vermogens die ziek worden. Ons lichaam kan gewoon defecten gaan vertonen.

Vanuit de meer medische hoek wordt gekeken naar leefstijl en preventie. Bij welk gedrag heb je meer risico op bepaalde aandoeningen? Krijg je zo’n aandoening, wordt het terug bij jou en jouw gedrag gelegd. Maar ook deze gedachtengangen zijn slechts statistiek. Het gaat over kansberekening. Er zijn ook mensen die heel gezond leven, en alsnog problemen kunnen krijgen met bv de longen of de darmen. En hebben we moeite met bepaalde gezonde gedragingen, kunnen daar weer allerlei redenen achter zitten waarom we nog niet tot het gewenste gedrag kunnen komen.

Met de koppeling tussen gedrag en gezondheid/ziekte en alle ideeën over de metafysische verklaringen verwordt ook gezondheid tot een maakbaar aspect van het leven.

Geniet! Geniet! Geniet!

Met het idee dat alles een keuze is, is ook genieten een keuze. Er neigt een tendens te ontstaan van groots willen leven en vooral alles eruit halen wat erin zit. Als er bijzondere en fijne dingen zijn, vooral hiervan te willen/moeten genieten. Zo spreken we ook elkaar aan, als iemand iets fijns vertelt. “Nou, geniet er maar van.” Of in nog meer gebiedende vorm: “Geniet!” Alsof het een bevel is, een opdracht waar je aan moet voldoen. Kunnen we genieten op commando? Is genieten een opdracht of iets om na te jagen? Of ligt het juist in de eenvoud. Observeren en waarnemen wat er gebeurt. Groot of klein, een bruisende ontploffing van geluk of lippen die omhoog krullen in een glimlach.

 Paradox

De paradox ligt erin dat al het gezegde zowel waar als niet waar is. We kunnen invloed uitoefenen op wat we denken en geloven. We kunnen invloed uitoefenen op ons gedrag en de keuzes die we maken. En we kunnen lessen leren uit de dingen die we meemaken. Maar de vraag is hoe absoluut het is. Of alles wat je meemaakt vervolgens binnen jouw vermogen ligt. Of dat vervelende dingen ook gewoon simpelweg gebeuren kunnen en misschien zelfs sommige dingen vastliggen.

Gedragsverandering

Want is gedragsverandering zo recht toe recht aan? Je kiest het en het is zo. Je besluit het anders te willen en het is anders. We willen anders denken, en we denken en geloven ook anders. Juist het verschil tussen denken en geloven is cruciaal. Het gaat om die dingen die we diep van binnen geloven over onszelf en hoe de wereld werkt. Daar kunnen pijnlijke herinneringen en emoties aan ten grondslag liggen, die zorgen dat onze geloofde overtuigingen verankerd zijn in ons lichaam en geest.

Sommige veranderingen zijn klein en met een beetje moed en uitdaging goed haalbaar. Andere veranderingen zijn groot en roepen veel weerstand op. Voor deze veranderingen zijn we vaak niet zomaar bij machte dat te veranderen en andere keuzes te maken. Kleine stappen die haalbaar zijn, maken met vele stappen bij elkaar een grote verandering. Maar dat vraagt geduld, en begrip en compassie dat sommige keuzes op dit moment simpelweg nog een stap te ver zijn. En dat helemaal oké is.

De maakbaarheid van het leven zit er voor mij in dat sommige dingen gebeuren, maar je kan kijken wat het met je doet en hoe je erop kan reageren. Sommige uitdagingen en wensen/dromen zijn haalbaar, en anderen vragen geduld en veel kleine stapjes. Niet omdat je niet hard genoeg zou willen, niet omdat je kiest voor die beperking, maar je nog wat werk in jezelf te doen hebt om die weg vrij te maken. De realiteit is zoals deze is en waar iets nog niet mogelijk is, is het nog niet mogelijk. Vaak is een andere stap wel mogelijk. Accepteer wat je niet veranderen kunt en verander waar je wel veranderen kunt en heb compassie met jezelf!

De nieuwe donorwet: informatie om jouw keuze te kunnen maken

Het zal de meeste mensen niet ontgaan zijn, de nieuwe donorwet is met een nipte meerderheid aangenomen door de Eerste Kamer. Dat betekent dat de wet ingevoerd zal worden. Hier gaat enige tijd aan uitvoering en een voorlichtingscampagne overheen. De verwachting is dat de wet in zal gaan in 2020. De grootste wijziging van de nieuwe wet is de overgang van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, tenzij’. Je bent orgaandonor, tenzij je anders aan geeft. De afgelopen twee weken heb ik meerdere discussies gehad op Facebook, berichten en reacties gelezen. De nieuwe wet roept veel emoties op en ik merk dat iedereen niet van alle informatie over hoe donatie in zijn werk gaat, op de hoogte is. Daarom in dit artikel een overzicht. Goede informatie kan helpen om jouw keuze te maken of je wel of niet jouw organen en/of weefsels wilt doneren. Vanuit de inhoudsopgave kun je indien gewenst springen naar een bepaald kopje in de tekst.

Inhoudsopgave

  1. Waarom een nieuwe donorwet
  2. Zelfbeschikkingsrecht, wie kiest?
  3. Welke keuze kan je maken?
  4. Wanneer ben je dood? Hersendood vs hartdood
  5. Verschil orgaandonatie en weefseldonatie
  6. Waarom krijgt iemand narcose tijdens de donoroperatie?
  7. Kunnen mijn organen gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek?
  8. Samenvatting, de belangrijkste overwegingen en feiten op een rij

1. Waarom een nieuwe donorwet?

Dat er meer mensen wachten op een nieuw orgaan dan dat er donoren beschikbaar zijn, hoef ik je vast niet te vertellen. Daarom ga ik je daar geen cijfers over geven. Ik ga niet vertellen hoeveel mensen er jaarlijks dood gaan door een tekort aan donororganen. Ik ga je je niet schuldig laten voelen dat er mensen door jouw keuze niet te doneren zouden overlijden. Je hebt namelijk alle recht om te besluiten dat je geen donor wilt zijn. Waar het met deze nieuwe wet vooral om gaat is dàt je jouw keuze maakt.

Uit onderzoek blijkt dat 61% bereid is om na de dood organen af te staan en slechts 24% met ‘ja, ik geef toestemming’ geregistreerd staat als donor (bron: Nierstichting). Dat zijn een heleboel potentiële donatieorganen die verloren gaan, omdat mensen hun keuze niet geregistreerd hebben. Over de jaren zijn allerlei campagnes uitgevoerd om mensen te motiveren hun keuze te registreren, maar de actie hiertoe blijft veelal achter. Alle aanvullende maatregelen voor extra donoren zijn al uitgevoerd. Wat de wijziging van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, tenzij’ vooral doet/wil doen is ons een extra stimulans geven om je keuze nu wel vast te leggen.

2. Zelfbeschikkingsrecht, wie kiest?

Een emotie die de nieuwe wet bij veel mensen oproept, is het idee dat jouw lichaam niet meer jouw eigendom zou zijn. Dat de overheid zichzelf het recht toeëigent jouw organen te claimen en te gebruiken naar hun goeddunken. Maar je hebt nog steeds een keuze. Jij kan nog steeds aangeven of je wel of niet wil doneren. De overheid wil mijns inziens ook vooral dat jij zelf je keuze maakt en registreert, zodat je keuze voor iedereen duidelijk is. Als jouw keuze namelijk niet duidelijk is, moet je familie voor jou beslissen.

Twee citaten van de Rijksoverheid

(bron: donorregister.nl)

“Er komt een nieuwe donorwet die regelt dat iedereen vanaf 18 jaar in Nederland geregistreerd wordt in het Donorregister. Voordat deze wet in de zomer van 2020 wordt ingevoerd, wordt iedereen daarover uitvoerig geïnformeerd. Het blijft belangrijk dat u zelf uw keuze over orgaandonatie maakt en vastlegt.”

“Registratie geeft duidelijkheid aan iedereen. Duidelijkheid aan uw partner en familie, maar ook aan zorgverleners. Ook als u geen donor wilt zijn is het goed om die keuze vast te leggen. Daarmee voorkomt u onduidelijkheid voor uw partner en familie op een emotioneel moment.”

“Ik wil het recht om geen keuze te maken”. Geen keuze maken bestaat mijns inziens niet. Aan niet kiezen zit altijd een consequentie vast. Bij de oude wet is de consequentie dat je in principe niet doneert, en je familie wordt gevraagd hierover na te denken. Bij de nieuwe wet is de consequentie dat je in principe wel doneert, en je familie nog steeds wordt gevraagd hierover na te denken. Uiteindelijk zijn er twee uitkomsten. Je bent donor of je bent geen donor. Dat is natuurlijk van veel meer factoren afhankelijk, maar het start met de keuze en de toestemming die wel of niet gegeven wordt.

En ja, je kan discussiëren over de ethische kwesties rondom deze wet, over zelfbeschikkingsrecht en lichamelijke integriteit en of ze je kunnen en mogen verplichten. Het is ook best twijfelachtig dat deze ingrijpende wetswijziging er komt met zo’n kleine meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Ik hoop ook van ganser harte dat ze de wet heel goed gaan inrichten voor mensen die niet in staat zijn zelf te kiezen of geen familie hebben.

Mijn idee, als de wet er toch komt, kun je maar beter je zelfbeschikkingsrecht opeisen, door jouw keuze ook werkelijk vast te leggen. Op die manier kan de overheid niet beslissen, kan jouw familie niet een andere keuze maken dan jij zelf wilt, maar ben jij en jij alleen degene die de keuze maakt of jouw organen gedoneerd mogen worden. Dit artikel heb ik vooral geschreven om je te helpen met die keuze.

3. Welke keuze kan je maken?

Welke keuze kan je maken bij je registratie? 

Ja, ik geef toestemming
Nee, ik geen geen toestemming
Mijn partner of familie beslist
Een door mij gekozen persoon beslist

 

Deze keuzes blijven bij de nieuwe wet bestaan. Wanneer je jouw keuze niet registreert, komt er in het register te staan ‘Geen bezwaar’. Je familie krijgt dan de vraag of jouw organen gedoneerd mogen worden.

Worden als donor automatisch al je organen uitgenomen?

Nee, jij kan aangeven wat je wel en niet wilt doneren. Zodra je bij je registratie hebt aangegeven dat je toestemming geeft, kun je daarna aangeven voor welke organen en weefsel je toestemming voor donatie geeft. Daar zullen ze zich dan aan houden.

4. Wanneer ben je dood? Hersendood vs hartdood

Wanneer ben je dood? Het meest duidelijk is dit wanneer je hart gestopt is, er geen bloed meer door het lichaam stroomt en dit ook niet hersteld wordt. Hoe langer dit duurt hoe meer het lichaam afsterft. Daarnaast kennen we hersendood, een afgesproken term wanneer iemands hersenen dermate onherstelbaar beschadigd zijn dat de persoon geen kans op leven meer heeft.

“Bij hersendood leeft je lichaam”

Veel mensen hebben moeite met de term hersendood. Dit is mijns inziens ook een afgesproken definitie van dood. Een definitie die orgaandonatie mogelijk maakt. Wat je in sommige artikelen dus ook leest is de vraag of je beseft dat je lichaam nog leeft bij orgaantransplantatie. Je hersenen zijn dood, maar je lichaam reageert nog als een levend lichaam. Wanneer je namelijk langere tijd overleden bent, alle bloedcirculatie volledig gestopt is, dan zijn je organen niet meer bruikbaar. Je organen kunnen niet terug ‘levend’ gemaakt worden om in een ander lichaam te plaatsen.

Wanneer ben je hersendood?

Onderstaande informatie komt van de website van de Transplantatiestichting. Er is een streng protocol om hersendood vast te stellen. In deze situatie ligt de persoon meestal aan een beademingsapparaat. Daardoor blijft zijn hart kloppen. Er stroomt bloed door het lichaam en het lichaam blijft warm. Bij hersendood is het volgende zeker:

  • Alle delen van de hersenen zijn dood
  • De hersenen kunnen niet meer herstellen
  • Er is geen elektrische activiteit in de hersenen
  • Er gaat geen bloed meer door de hersenen
  • Dit is onomkeerbaar.

Artsen doen een aantal testen om het volgende te kunnen vaststellen.

  • De donor heeft geen hersenstamreflex.
  • Er is geen elektrische activiteit in de hersenen meer en er gaat geen bloed door de hersenen.
  • De donor kan niet meer zelf ademen.

Hersendood en dan?

Als hersendode die aan de beademingsapparatuur ligt, leeft je lichaam nog. Je lichaam leeft echter enkel nog door de apparatuur. Zonder de apparatuur zou je sterven. En zonder hersenen kun je ook niet functioneren zoals wij op mens hier op aarde ons leven leiden. Goed om te beseffen is wel dit. Wanneer je als hersendode orgaandonor bent, neemt je familie afscheid van je, terwijl je nog aan de beademingsapparatuur ligt. Je lichaam ziet er voor hen dus nog levend uit. De apparatuur wordt uitgeschakeld op de operatietafel. Dit is het moment waarop ook de rest van je lichaam sterft en niet meer kan functioneren. Het tijdstip van overlijden wordt echter al vastgesteld op het moment dat hersendood vastgesteld is.

Wanneer ben je hartdood? En dan?

Wanneer men geen hersendood kan vaststellen, gaat men over op het protocol van hartdood. Iemand wordt hierbij van de beademing gehaald. Als deze persoon binnen 2 uur overlijdt, wacht men vervolgens 5 minuten. Iemand is hartdood als het hart minimaal 5 minuten niet meer klopt. Er gaat geen bloed meer door het lichaam. Deze persoon is overleden. Er wordt 5 minuten gewacht, om zeker te weten dat de persoon niet alsnog gaat ademen of het hart alsnog gaat kloppen.

Na deze 5 minuten gaat iemand alsnog naar de OK om de organen uit te nemen. Het hart kan dan niet meer gedoneerd worden, maar andere organen nog wel. De familie kan in deze 5 minuten afscheid nemen.

Hoe zit het dan met de regel dat de eerste 6 minuten na hartstilstand van levensbelang zijn? Dit gaat vooral over een acute hartstilstand. Er is dan kans op herstel als zo snel mogelijk de zuurstofcirculatie in het lichaam weer op gang gebracht wordt. Dit is een wezenlijk andere situatie dan wanneer iemand al in het ziekenhuis ligt en er een uitzichtloze situatie ontstaan is.

Kiezen voor hersendood of hartdood?

Kun je dan kiezen voor doneren als hersendode of enkel als hartdode? Ik kan me namelijk voorstellen dat voor verschillende mensen die moeite hebben met het concept van hersendood, zij wel zouden willen doneren als hartdode. Als ze niet op de hoogte zijn van deze mogelijkheid, dat ze dan ‘nee’ gaan registreren omdat ze niet willen doneren als hersendode. Dat vind ik persoonlijk zonde.

Jammer genoeg is het niet mogelijk om bij je registratie te kiezen dat je alleen als hartdode wilt doneren. Wat men vanuit voorlichting dan vooral lijkt te doen is jou te overtuigen dat hersendood echt dood is. Ze proberen jouw bezwaren tegen hersendood weg te nemen. Voor een goede orgaanoverdracht is dat uiteraard de meest gunstige positie. Toch vind ik het belangrijk dat iedereen die geen donor vanuit hersendood wil zijn op de hoogte is dat er ook donatie als hartdode bestaat. Alleen is de enige keuze die je dan volgens mij hebt, aangeven dat je familie beslist en hen inlichten wat jouw wensen zijn.

Stoppen ze je behandeling sneller als je donor bent?

Meerdere mensen zijn hier bang voor. Dat als je donor bent, artsen sneller je behandeling zullen opgeven. Ze mogen echter pas in het donorregister gaan kijken wanneer ze geen kans op verbetering meer zien. Zo kwam ik ook dit citaat tegen:

“Staat de patiënt met ‘Nee’ geregistreerd? Dan staakt het ziekenhuis de behandeling, want er is geen kans meer op herstel. De patiënt doneert niets en overlijdt door hartstilstand.”

Ook wanneer je niet doneert, zal het ziekenhuis dus je behandeling stoppen.

Stervensproces, wat gebeurt er met je ziel?

Veel mensen die donor zijn, denken iets als: wanneer ik dood ben, heb ik niets meer aan mijn lichaam, dus geef het maar aan een ander. Dood is dood en het lichaam doet er dan niet meer toe. Hoe mooi is het dan om met jouw organen een ander leven te schenken?

Er zijn ook mensen die er vanuit gaan dat ons ziel in je lichaam huist en in ieder orgaan van je lichaam. Dat je ziel een bepaald stervensproces doorgaat waarbij je ziel tot 36 uur na je overlijden nodig heeft om zich los te maken van je lichaam. En dat bij orgaandonatie een stukje van jouw ziel met jouw orgaan naar deze persoon zal gaan. Een reden voor verschillende mensen om niet doneren.

Anderen zullen er wellicht vrijer tegenaan kijken en hun eigen beeld vormen van sterven en wat er gebeurt bij donatie. Ik zou bijna zeggen, zoveel mensen zoveel visies. Qua ziel zullen we nooit 100% zeker weten hoe dit verloopt na jouw overlijden. Het enige dat je kan doen is jouw gevoel volgen en daarin jouw keuze maken. Waarbij ik hoop dat iedereen respect voor elkaars keuze kan opbrengen.

5. Verschil orgaandonatie en weefseldonatie

Ik krijg de indruk dat niet iedereen op de hoogte is dat je naast je organen ook enkele weefsels kunt doneren. De processen rondom weefseldonatie zijn anders dan rond orgaandonatie. Iemand die dus tegen orgaandonatie is, heeft misschien geen bezwaren tegen weefseldonatie. Dit kun je dan ook als keuze doorgeven. Hieronder geef ik weer wat er gebeurt bij zowel orgaandonatie als weefseldonatie.

Orgaandonatie, welke organen kun je doneren? 

Met name bij orgaandonatie is het belangrijk dat het lichaam en de organen in goede conditie gehouden worden voor een succesvolle transplantie. Organen die je kunt doneren zijn: hart, longen, lever, nieren, alvleesklier, dunne darm. Bij orgaandonatie komt dus het eerder genoemde verhaal van hersendood en hartdood ter sprake. Dit moeten ze vaststellen met behulp van de protocollen.

Orgaandonatie, hoe verloopt het proces?

Op de website van de Transplantatiestichting heb ik een aantal stappen gelezen die plaatsvinden in het totale proces rondom transplantatie. De volgorde kan afwijken, maar het geeft een overzicht hoe het eruit ziet.

  • Men stelt vast dat iemand niet meer genezen zal.
  • Nieuws aan familie vertellen: ‘behandelen heeft geen zin meer en het familielid zal overlijden’. Deze boodschap heeft even tijd nodig om te bezinken.
  • Arts kan ondertussen het donorregister raadplegen. Dit mag alleen op het moment dat de verwachting er is dat de persoon binnenkort zal overlijden.
  • De registratie wordt besproken met de familie. Indien er geen duidelijke keuze gemaakt is of de keuze is bij de familie gelegd, dan wordt hen gevraagd of ze open staan voor orgaandonatie.
  • Voorbereidende handelingen om de organen geschikt te houden voor transplantatie (dit mag al gebeuren voordat de familie ingestemd heeft).
  • Is iemand geschikt om donor te zijn en is er toestemming, meldt de arts deze persoon aan bij de Nederlandse Transplantatie Stichting.
  • Er volgt een wachtperiode waarin de meest geschikte patiënten gezocht worden om de organen te ontvangen.
  • Protocol hersendood en/of protocol hartdood wordt uitgevoerd.
  • Daarna voert een chirurg de operatie uit samen met een team. Als iemand ook weefsels afstaat gebeurt dat direct na de uitname van de organen.
  • Als de organen uit het lichaam zijn, moeten ze zo snel mogelijk getransplanteerd worden. Bij hart en longen binnen 4-6 uur, bij een lever binnen 12 uur en bij nieren binnen 24 uur.
  • Ongeveer 6 weken na de transplantatie kunnen nabestaanden te horen krijgen hoe het gaat met de mensen die een orgaan of weefsel ontvangen hebben. De namen van zowel de ontvangers als donoren blijven geheim. De ontvangers kunnen soms wel anoniem een brief aan de nabestaanden van de donor sturen.

Weefseldonatie, welke weefsels kun je doneren?

Bij weefseldonatie is er meer tijd voor uitname. Tot langere tijd na het overlijden zijn de weefsels nog uit te nemen en levensvatbaar te transplanteren naar iemand die het nodig heeft. Wanneer iemand niet geschikt is als orgaandonor, mogelijk door de omstandigheden van het overlijden, kan het zijn dat iemand nog wel weefsels kan afstaan. Ook wanneer iemand niet in het ziekenhuis overlijdt, maar bijvoorbeeld thuis  of in een verzorgingshuis. Dan verstrijkt er teveel tijd voor orgaandonatie, maar kan weefseldonatie wel een optie zijn. De weefsels die je kan doneren zijn: oogweefsel, 
huid, bloedvaten en hartkleppen, bot-, kraakbeen- en peesweefsel.

 

Weefseldonatie, hoe verloopt het proces?

Een speciaal uitnameteam neemt de weefsels uit. Gaat het om oogweefsel, huid, bloedvaten en hartkleppen, dan gebeurt dit meestal in de obductiekamer of het mortuarium van een ziekenhuis of in het uitvaartcentrum. Bij bot-, kraakbeen- en peesweefsel moet uitname altijd plaatsvinden in een operatiekamer voor de steriliteit.

Als de aanmeldend arts ervoor zorgt dat het lichaam van de overledene binnen 6 uur wordt gekoeld in het mortuarium, is er tot 24 uur na overlijden tijd voor de uitname van weefsels.

Is het lichaam niet binnen 6 uur gekoeld, dan moet de uit- of afname binnen 12 uur na overlijden plaatsvinden. Hartkleppen en bloedvaten komen dan niet meer in aanmerking.

6. Waarom krijgt iemand narcose tijdens een donoroperatie?

Bij levende personen hebben we een aantal narcotische middelen die iemand tijdens de operatie kan krijgen: spierverslappers, slaapmiddelen en pijnmedicatie. Bij een donoroperatie kan het zijn dat deze zelfde middelen toegediend worden, maar dan met een ander doel.

  • Middel om spieren te verslappen. Niet al onze reflexen komen vanuit de hersenen, sommige komen vanuit het ruggenmerg. Deze reflexen kunnen bij een hersendode nog steeds werken. Daarom wordt een middel gegeven om de spieren te verslappen.
  • Het middel tegen pijn kan er tevens voor zorgen dat er minder veranderingen in de bloeddruk zijn.
  • Het slaapmiddel kan er tevens voor zorgen dat bloedvaten wijder worden. Dit kan nodig zijn om de bloeddruk te verlagen.

Deze processen helpen om de kwaliteit van de organen zo goed mogelijk te houden bij uitname en de kans op een succesvolle transplantatie te vergroten.

7. Kunnen mijn organen gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek?

Soms blijkt een orgaan of weefsel na uitname toch niet geschikt voor transplantatie. Dan wordt dit orgaan of weefsel gebruikt voor onderzoek, maar enkel ten behoeve van het verbeteren van transplantatietechnieken. Nooit voor ander soort onderzoeken. Je kan hiertegen ook bezwaar maken als je dit niet wilt.

8. Samenvatting, de belangrijkste overwegingen en feiten op een rij

De nieuwe donorwet gaat er komen. De sterkste manier om van je zelfbeschikkingsrecht gebruik te maken is door jouw keuze te registreren.

Tijdens je registratie kan je kiezen voor Ja – Nee – Je partner of familie beslist – Een door jou aangewezen persoon beslist.

Kies je voor ‘Ja’, dan kan je kiezen welke organen en welke weefsels je wilt doneren.

Orgaandonatie vindt plaats als hersendode of als hartdode. Hersendood betekent dat alle functies van de hersenen zijn gestopt en ook nooit meer kunnen herstellen. Dit wordt middels een streng protocol en door meerdere artsen vastgesteld. Iemand blijft aan de apparatuur liggen tot op de operatietafel. Je bent hartdood als het hart minimaal vijf minuten niet meer klopt. Je wordt van de beademing gehaald. Na overlijden wordt vijf minuten gewacht. Daarna ga je naar de operatiekamer. Het hart kan niet meer gedoneerd worden.

Weefseldonatie vindt plaats binnen 12 tot 24 uur na overlijden. Het kan hierdoor ook plaatsvinden wanneer iemand niet in het ziekenhuis overlijdt.

Inzicht in hoe de processen rondom donatie verlopen, kan helpen om jouw keuze te maken wanneer je wel en wanneer je geen donor wilt zijn. Registreer je keuze en vertel het aan je familie. Zo is jouw wens duidelijk en geeft dit het minste stress in een toch al emotionele situatie waarin je nabestaanden jouw overlijden te verwerken hebben.

Tot slot

Ik hoop dat dit artikel je kan helpen alle informatie op een rij te zetten om jouw afweging te kunnen maken welke keuze bij jou past. De informatie waarmee ik dit artikel geschreven heb zijn hoofdzakelijk afkomstig van de websites www.donorregister.nl en www.transplantatiestichting.nl. De website www.laatjehartspreken.nu geeft informatie over waarom deze nieuwe donorwet opgesteld is. Tot slot heeft dit artikel (klik hier) bijgedragen aan mijn overwegingen. Ik sta lang niet letterlijk achter alles wat er geschreven staat, maar ik heb er wel een aantal aspecten over ‘keuzes maken’ uit gehaald.

 

Veranderingen op Facebook

Mark Zuckerberg heeft veranderingen aangekondigd in het algoritme van Facebook. Berichten van jouw vrienden en berichten met veel sociale interactie zullen meer aandacht gaan krijgen. Berichten van bedrijven zie je bijvoorbeeld sneller wanneer een van jouw vrienden hierop gereageerd heeft. Bedrijven en ondernemers roepen je op om in te stellen dat je hun pagina als eerste ziet, zodat hun berichten niet verloren gaan.

Je vrienden blijven volgen

Er gaat een hoax rond, dat door de wijzigingen van Facebook je nog maar 10% van de berichten van je vrienden zou zien. Als je vrienden nu op dat bericht reageren met ‘hoi’ zou jij hun berichten vaker blijven zien. Dus vooral dat bericht ook delen met jouw vrienden. Er is geen maximum van hoeveel vrienden en bedrijven je nieuwsoverzicht jou kan laten zien. En vrienden moeten juist in de komende tijd belangrijker gaan worden in het algoritme van Facebook. Maar ook hier is het antwoord hetzelfde als waar bedrijven en ondernemers je toe oproepen. Stel in dat je hun berichten als eerste weergegeven wilt hebben.

In het plaatje hieronder zie je waar je deze optie kan vinden. Onder ‘volgend’ kun je verschillende manieren vinden hoe je iemand of een organisatie wilt volgen. Dit staat normaal op ‘standaard’. Dit vinkje kun je veranderen naar ‘als eerste weergeven’ voor die vrienden en die organisaties waarvan je zeker wilt zijn dat jij geen berichten meer gaat missen.

Tip

Als iemand veel dingen deelt, die je niet zo nodig hoeft te zien, maar je wilt die persoon ook niet ‘ontvrienden’ kun je hier kiezen voor ‘niet meer volgen’. Je blijft dan vriend, maar je krijgt de berichten van deze persoon niet meer in je nieuwsoverzicht te zien.

Mijmeringen over single en kinderloos zijn

Een jaar of vijf geleden had ik eens contact met een man van mijn leeftijd. Hij herkende de tikkende klok niet en vond het bijzonder. Ik zei, jij kan bij wijze van op je 80e nog kinderen maken, ik niet. Het leek mij pure biologie. Volgens mij komt iedere vrouw op een zeker moment in haar leven dat ze erover nadenkt of ze kinderen wil.

Heb je inderdaad een kinderwens? Wat dan als je geen partner hebt? Ga je naarstig op zoek? Maar zoek je dan een papa of geliefde? Ga je naar een spermabank of een wenspapa zoeken?  Voor mij leidde het tot levensvragen als, waarvoor sta ik hier op aarde? Wat is mijn zielsmissie? Wat kom ik hier brengen en wat laat ik achter? Samen met een geliefde een kind op de wereld zetten en grootbrengen lijkt mij een ongelooflijk bijzondere ervaring die ik graag zou meemaken. Toch merk ik voor mijzelf dat mijn kinderwens niet zo groot is dat ik kost wat kost onder alle omstandigheden een kind wil en niet gelukkig kan zijn zonder. Ik ontdek dat ik ook op andere manieren een liefdevol en vervullend leven kan leiden.

Nu ben ik 38 jaar, dus het is voor mij nog niet bekeken. Het kan nog gebeuren. Toch houd ik er rekening mee dat het niet gebeurt. Met ieder jaar dat verstrijkt wordt die kans namelijk groter. De reden dat ik me op de mogelijkheid instel, is omdat je de kinderwens ook niet zomaar naast je neerlegt. Dat is een rouwproces om iets wat je graag zou willen en niet gebeurt. Het doet soms pijn als ik moeders met hun kinderen zie en dan even voel dat ik dat deel van het leven mis. Maar ook regelmatig kan ik samen met ze zijn zonder dat het me raakt of ik erbij stil sta. Dan geniet ik gewoon van hun contact en van de kinderen. En geniet ik ook even hard van de rust wanneer ik weer thuis ben. Het raakt me wanneer mijn nichtjes zich afvragen of ik niet verdrietig ben dat ik alleen woon. Dat ik geen man of kinderen heb. En ik werd verrast toen de schoonzus van mijn zus haar eerst kind had gekregen en ik mijn zus met dit meisje op schoot zag. Ik voelde jaloezie, IK ben jouw zus, IK wil dat met jou meemaken, ik wil je met MIJN kind op schoot zien! Ik ben jaloezie zo niet gewend van mezelf, dat ik daarvan schrok.

Er zijn momenten dat het niet hebben van kinderen en dit nog wel of niet gaan meemaken oppoppen in mijn aandacht. Dat ik nadenk over waar ik sta en wat ik wil in het leven. Soms verdrietig ben over wat er niet is. Met momenten rouw ik op die manier om het gezin wat nog niet op mijn pad gekomen is. Soms ontstaat een interessant gesprek met een vriendin die single is of eentje die mama is. Fijn als je van gedachten kan wisselen en je verhaal gewoon zonder oordelen aanwezig kan zijn. De meeste dagen leef ik gewoon mijn leven en sta ik hier niet bij stil. Leer ik steeds meer gelukkig te zijn op mezelf. Heb ik liefdevolle contacten met vrienden en doe dingen waar ik blij van word. Het leven wat er nu wel is, heeft ook mooie dingen te bieden.