Categorie archief: Gezondheid en welzijn

De nieuwe donorwet: informatie om jouw keuze te kunnen maken

Het zal de meeste mensen niet ontgaan zijn, de nieuwe donorwet is met een nipte meerderheid aangenomen door de Eerste Kamer. Dat betekent dat de wet ingevoerd zal worden. Hier gaat enige tijd aan uitvoering en een voorlichtingscampagne overheen. De verwachting is dat de wet in zal gaan in 2020. De grootste wijziging van de nieuwe wet is de overgang van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, tenzij’. Je bent orgaandonor, tenzij je anders aan geeft. De afgelopen twee weken heb ik meerdere discussies gehad op Facebook, berichten en reacties gelezen. De nieuwe wet roept veel emoties op en ik merk dat iedereen niet van alle informatie over hoe donatie in zijn werk gaat, op de hoogte is. Daarom in dit artikel een overzicht. Goede informatie kan helpen om jouw keuze te maken of je wel of niet jouw organen en/of weefsels wilt doneren. Vanuit de inhoudsopgave kun je indien gewenst springen naar een bepaald kopje in de tekst.

Inhoudsopgave

  1. Waarom een nieuwe donorwet
  2. Zelfbeschikkingsrecht, wie kiest?
  3. Welke keuze kan je maken?
  4. Wanneer ben je dood? Hersendood vs hartdood
  5. Verschil orgaandonatie en weefseldonatie
  6. Waarom krijgt iemand narcose tijdens de donoroperatie?
  7. Kunnen mijn organen gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek?
  8. Samenvatting, de belangrijkste overwegingen en feiten op een rij

1. Waarom een nieuwe donorwet?

Dat er meer mensen wachten op een nieuw orgaan dan dat er donoren beschikbaar zijn, hoef ik je vast niet te vertellen. Daarom ga ik je daar geen cijfers over geven. Ik ga niet vertellen hoeveel mensen er jaarlijks dood gaan door een tekort aan donororganen. Ik ga je je niet schuldig laten voelen dat er mensen door jouw keuze niet te doneren zouden overlijden. Je hebt namelijk alle recht om te besluiten dat je geen donor wilt zijn. Waar het met deze nieuwe wet vooral om gaat is dàt je jouw keuze maakt.

Uit onderzoek blijkt dat 61% bereid is om na de dood organen af te staan en slechts 24% met ‘ja, ik geef toestemming’ geregistreerd staat als donor (bron: Nierstichting). Dat zijn een heleboel potentiële donatieorganen die verloren gaan, omdat mensen hun keuze niet geregistreerd hebben. Over de jaren zijn allerlei campagnes uitgevoerd om mensen te motiveren hun keuze te registreren, maar de actie hiertoe blijft veelal achter. Alle aanvullende maatregelen voor extra donoren zijn al uitgevoerd. Wat de wijziging van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, tenzij’ vooral doet/wil doen is ons een extra stimulans geven om je keuze nu wel vast te leggen.

2. Zelfbeschikkingsrecht, wie kiest?

Een emotie die de nieuwe wet bij veel mensen oproept, is het idee dat jouw lichaam niet meer jouw eigendom zou zijn. Dat de overheid zichzelf het recht toeëigent jouw organen te claimen en te gebruiken naar hun goeddunken. Maar je hebt nog steeds een keuze. Jij kan nog steeds aangeven of je wel of niet wil doneren. De overheid wil mijns inziens ook vooral dat jij zelf je keuze maakt en registreert, zodat je keuze voor iedereen duidelijk is. Als jouw keuze namelijk niet duidelijk is, moet je familie voor jou beslissen.

Twee citaten van de Rijksoverheid

(bron: donorregister.nl)

“Er komt een nieuwe donorwet die regelt dat iedereen vanaf 18 jaar in Nederland geregistreerd wordt in het Donorregister. Voordat deze wet in de zomer van 2020 wordt ingevoerd, wordt iedereen daarover uitvoerig geïnformeerd. Het blijft belangrijk dat u zelf uw keuze over orgaandonatie maakt en vastlegt.”

“Registratie geeft duidelijkheid aan iedereen. Duidelijkheid aan uw partner en familie, maar ook aan zorgverleners. Ook als u geen donor wilt zijn is het goed om die keuze vast te leggen. Daarmee voorkomt u onduidelijkheid voor uw partner en familie op een emotioneel moment.”

“Ik wil het recht om geen keuze te maken”. Geen keuze maken bestaat mijns inziens niet. Aan niet kiezen zit altijd een consequentie vast. Bij de oude wet is de consequentie dat je in principe niet doneert, en je familie wordt gevraagd hierover na te denken. Bij de nieuwe wet is de consequentie dat je in principe wel doneert, en je familie nog steeds wordt gevraagd hierover na te denken. Uiteindelijk zijn er twee uitkomsten. Je bent donor of je bent geen donor. Dat is natuurlijk van veel meer factoren afhankelijk, maar het start met de keuze en de toestemming die wel of niet gegeven wordt.

En ja, je kan discussiëren over de ethische kwesties rondom deze wet, over zelfbeschikkingsrecht en lichamelijke integriteit en of ze je kunnen en mogen verplichten. Het is ook best twijfelachtig dat deze ingrijpende wetswijziging er komt met zo’n kleine meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Ik hoop ook van ganser harte dat ze de wet heel goed gaan inrichten voor mensen die niet in staat zijn zelf te kiezen of geen familie hebben.

Mijn idee, als de wet er toch komt, kun je maar beter je zelfbeschikkingsrecht opeisen, door jouw keuze ook werkelijk vast te leggen. Op die manier kan de overheid niet beslissen, kan jouw familie niet een andere keuze maken dan jij zelf wilt, maar ben jij en jij alleen degene die de keuze maakt of jouw organen gedoneerd mogen worden. Dit artikel heb ik vooral geschreven om je te helpen met die keuze.

3. Welke keuze kan je maken?

Welke keuze kan je maken bij je registratie? 

Ja, ik geef toestemming
Nee, ik geen geen toestemming
Mijn partner of familie beslist
Een door mij gekozen persoon beslist

 

Deze keuzes blijven bij de nieuwe wet bestaan. Wanneer je jouw keuze niet registreert, komt er in het register te staan ‘Geen bezwaar’. Je familie krijgt dan de vraag of jouw organen gedoneerd mogen worden.

Worden als donor automatisch al je organen uitgenomen?

Nee, jij kan aangeven wat je wel en niet wilt doneren. Zodra je bij je registratie hebt aangegeven dat je toestemming geeft, kun je daarna aangeven voor welke organen en weefsel je toestemming voor donatie geeft. Daar zullen ze zich dan aan houden.

4. Wanneer ben je dood? Hersendood vs hartdood

Wanneer ben je dood? Het meest duidelijk is dit wanneer je hart gestopt is, er geen bloed meer door het lichaam stroomt en dit ook niet hersteld wordt. Hoe langer dit duurt hoe meer het lichaam afsterft. Daarnaast kennen we hersendood, een afgesproken term wanneer iemands hersenen dermate onherstelbaar beschadigd zijn dat de persoon geen kans op leven meer heeft.

“Bij hersendood leeft je lichaam”

Veel mensen hebben moeite met de term hersendood. Dit is mijns inziens ook een afgesproken definitie van dood. Een definitie die orgaandonatie mogelijk maakt. Wat je in sommige artikelen dus ook leest is de vraag of je beseft dat je lichaam nog leeft bij orgaantransplantatie. Je hersenen zijn dood, maar je lichaam reageert nog als een levend lichaam. Wanneer je namelijk langere tijd overleden bent, alle bloedcirculatie volledig gestopt is, dan zijn je organen niet meer bruikbaar. Je organen kunnen niet terug ‘levend’ gemaakt worden om in een ander lichaam te plaatsen.

Wanneer ben je hersendood?

Onderstaande informatie komt van de website van de Transplantatiestichting. Er is een streng protocol om hersendood vast te stellen. In deze situatie ligt de persoon meestal aan een beademingsapparaat. Daardoor blijft zijn hart kloppen. Er stroomt bloed door het lichaam en het lichaam blijft warm. Bij hersendood is het volgende zeker:

  • Alle delen van de hersenen zijn dood
  • De hersenen kunnen niet meer herstellen
  • Er is geen elektrische activiteit in de hersenen
  • Er gaat geen bloed meer door de hersenen
  • Dit is onomkeerbaar.

Artsen doen een aantal testen om het volgende te kunnen vaststellen.

  • De donor heeft geen hersenstamreflex.
  • Er is geen elektrische activiteit in de hersenen meer en er gaat geen bloed door de hersenen.
  • De donor kan niet meer zelf ademen.

Hersendood en dan?

Als hersendode die aan de beademingsapparatuur ligt, leeft je lichaam nog. Je lichaam leeft echter enkel nog door de apparatuur. Zonder de apparatuur zou je sterven. En zonder hersenen kun je ook niet functioneren zoals wij op mens hier op aarde ons leven leiden. Goed om te beseffen is wel dit. Wanneer je als hersendode orgaandonor bent, neemt je familie afscheid van je, terwijl je nog aan de beademingsapparatuur ligt. Je lichaam ziet er voor hen dus nog levend uit. De apparatuur wordt uitgeschakeld op de operatietafel. Dit is het moment waarop ook de rest van je lichaam sterft en niet meer kan functioneren. Het tijdstip van overlijden wordt echter al vastgesteld op het moment dat hersendood vastgesteld is.

Wanneer ben je hartdood? En dan?

Wanneer men geen hersendood kan vaststellen, gaat men over op het protocol van hartdood. Iemand wordt hierbij van de beademing gehaald. Als deze persoon binnen 2 uur overlijdt, wacht men vervolgens 5 minuten. Iemand is hartdood als het hart minimaal 5 minuten niet meer klopt. Er gaat geen bloed meer door het lichaam. Deze persoon is overleden. Er wordt 5 minuten gewacht, om zeker te weten dat de persoon niet alsnog gaat ademen of het hart alsnog gaat kloppen.

Na deze 5 minuten gaat iemand alsnog naar de OK om de organen uit te nemen. Het hart kan dan niet meer gedoneerd worden, maar andere organen nog wel. De familie kan in deze 5 minuten afscheid nemen.

Hoe zit het dan met de regel dat de eerste 6 minuten na hartstilstand van levensbelang zijn? Dit gaat vooral over een acute hartstilstand. Er is dan kans op herstel als zo snel mogelijk de zuurstofcirculatie in het lichaam weer op gang gebracht wordt. Dit is een wezenlijk andere situatie dan wanneer iemand al in het ziekenhuis ligt en er een uitzichtloze situatie ontstaan is.

Kiezen voor hersendood of hartdood?

Kun je dan kiezen voor doneren als hersendode of enkel als hartdode? Ik kan me namelijk voorstellen dat voor verschillende mensen die moeite hebben met het concept van hersendood, zij wel zouden willen doneren als hartdode. Als ze niet op de hoogte zijn van deze mogelijkheid, dat ze dan ‘nee’ gaan registreren omdat ze niet willen doneren als hersendode. Dat vind ik persoonlijk zonde.

Jammer genoeg is het niet mogelijk om bij je registratie te kiezen dat je alleen als hartdode wilt doneren. Wat men vanuit voorlichting dan vooral lijkt te doen is jou te overtuigen dat hersendood echt dood is. Ze proberen jouw bezwaren tegen hersendood weg te nemen. Voor een goede orgaanoverdracht is dat uiteraard de meest gunstige positie. Toch vind ik het belangrijk dat iedereen die geen donor vanuit hersendood wil zijn op de hoogte is dat er ook donatie als hartdode bestaat. Alleen is de enige keuze die je dan volgens mij hebt, aangeven dat je familie beslist en hen inlichten wat jouw wensen zijn.

Stoppen ze je behandeling sneller als je donor bent?

Meerdere mensen zijn hier bang voor. Dat als je donor bent, artsen sneller je behandeling zullen opgeven. Ze mogen echter pas in het donorregister gaan kijken wanneer ze geen kans op verbetering meer zien. Zo kwam ik ook dit citaat tegen:

“Staat de patiënt met ‘Nee’ geregistreerd? Dan staakt het ziekenhuis de behandeling, want er is geen kans meer op herstel. De patiënt doneert niets en overlijdt door hartstilstand.”

Ook wanneer je niet doneert, zal het ziekenhuis dus je behandeling stoppen.

Stervensproces, wat gebeurt er met je ziel?

Veel mensen die donor zijn, denken iets als: wanneer ik dood ben, heb ik niets meer aan mijn lichaam, dus geef het maar aan een ander. Dood is dood en het lichaam doet er dan niet meer toe. Hoe mooi is het dan om met jouw organen een ander leven te schenken?

Er zijn ook mensen die er vanuit gaan dat ons ziel in je lichaam huist en in ieder orgaan van je lichaam. Dat je ziel een bepaald stervensproces doorgaat waarbij je ziel tot 36 uur na je overlijden nodig heeft om zich los te maken van je lichaam. En dat bij orgaandonatie een stukje van jouw ziel met jouw orgaan naar deze persoon zal gaan. Een reden voor verschillende mensen om niet doneren.

Anderen zullen er wellicht vrijer tegenaan kijken en hun eigen beeld vormen van sterven en wat er gebeurt bij donatie. Ik zou bijna zeggen, zoveel mensen zoveel visies. Qua ziel zullen we nooit 100% zeker weten hoe dit verloopt na jouw overlijden. Het enige dat je kan doen is jouw gevoel volgen en daarin jouw keuze maken. Waarbij ik hoop dat iedereen respect voor elkaars keuze kan opbrengen.

5. Verschil orgaandonatie en weefseldonatie

Ik krijg de indruk dat niet iedereen op de hoogte is dat je naast je organen ook enkele weefsels kunt doneren. De processen rondom weefseldonatie zijn anders dan rond orgaandonatie. Iemand die dus tegen orgaandonatie is, heeft misschien geen bezwaren tegen weefseldonatie. Dit kun je dan ook als keuze doorgeven. Hieronder geef ik weer wat er gebeurt bij zowel orgaandonatie als weefseldonatie.

Orgaandonatie, welke organen kun je doneren? 

Met name bij orgaandonatie is het belangrijk dat het lichaam en de organen in goede conditie gehouden worden voor een succesvolle transplantie. Organen die je kunt doneren zijn: hart, longen, lever, nieren, alvleesklier, dunne darm. Bij orgaandonatie komt dus het eerder genoemde verhaal van hersendood en hartdood ter sprake. Dit moeten ze vaststellen met behulp van de protocollen.

Orgaandonatie, hoe verloopt het proces?

Op de website van de Transplantatiestichting heb ik een aantal stappen gelezen die plaatsvinden in het totale proces rondom transplantatie. De volgorde kan afwijken, maar het geeft een overzicht hoe het eruit ziet.

  • Men stelt vast dat iemand niet meer genezen zal.
  • Nieuws aan familie vertellen: ‘behandelen heeft geen zin meer en het familielid zal overlijden’. Deze boodschap heeft even tijd nodig om te bezinken.
  • Arts kan ondertussen het donorregister raadplegen. Dit mag alleen op het moment dat de verwachting er is dat de persoon binnenkort zal overlijden.
  • De registratie wordt besproken met de familie. Indien er geen duidelijke keuze gemaakt is of de keuze is bij de familie gelegd, dan wordt hen gevraagd of ze open staan voor orgaandonatie.
  • Voorbereidende handelingen om de organen geschikt te houden voor transplantatie (dit mag al gebeuren voordat de familie ingestemd heeft).
  • Is iemand geschikt om donor te zijn en is er toestemming, meldt de arts deze persoon aan bij de Nederlandse Transplantatie Stichting.
  • Er volgt een wachtperiode waarin de meest geschikte patiënten gezocht worden om de organen te ontvangen.
  • Protocol hersendood en/of protocol hartdood wordt uitgevoerd.
  • Daarna voert een chirurg de operatie uit samen met een team. Als iemand ook weefsels afstaat gebeurt dat direct na de uitname van de organen.
  • Als de organen uit het lichaam zijn, moeten ze zo snel mogelijk getransplanteerd worden. Bij hart en longen binnen 4-6 uur, bij een lever binnen 12 uur en bij nieren binnen 24 uur.
  • Ongeveer 6 weken na de transplantatie kunnen nabestaanden te horen krijgen hoe het gaat met de mensen die een orgaan of weefsel ontvangen hebben. De namen van zowel de ontvangers als donoren blijven geheim. De ontvangers kunnen soms wel anoniem een brief aan de nabestaanden van de donor sturen.

Weefseldonatie, welke weefsels kun je doneren?

Bij weefseldonatie is er meer tijd voor uitname. Tot langere tijd na het overlijden zijn de weefsels nog uit te nemen en levensvatbaar te transplanteren naar iemand die het nodig heeft. Wanneer iemand niet geschikt is als orgaandonor, mogelijk door de omstandigheden van het overlijden, kan het zijn dat iemand nog wel weefsels kan afstaan. Ook wanneer iemand niet in het ziekenhuis overlijdt, maar bijvoorbeeld thuis  of in een verzorgingshuis. Dan verstrijkt er teveel tijd voor orgaandonatie, maar kan weefseldonatie wel een optie zijn. De weefsels die je kan doneren zijn: oogweefsel, 
huid, bloedvaten en hartkleppen, bot-, kraakbeen- en peesweefsel.

 

Weefseldonatie, hoe verloopt het proces?

Een speciaal uitnameteam neemt de weefsels uit. Gaat het om oogweefsel, huid, bloedvaten en hartkleppen, dan gebeurt dit meestal in de obductiekamer of het mortuarium van een ziekenhuis of in het uitvaartcentrum. Bij bot-, kraakbeen- en peesweefsel moet uitname altijd plaatsvinden in een operatiekamer voor de steriliteit.

Als de aanmeldend arts ervoor zorgt dat het lichaam van de overledene binnen 6 uur wordt gekoeld in het mortuarium, is er tot 24 uur na overlijden tijd voor de uitname van weefsels.

Is het lichaam niet binnen 6 uur gekoeld, dan moet de uit- of afname binnen 12 uur na overlijden plaatsvinden. Hartkleppen en bloedvaten komen dan niet meer in aanmerking.

6. Waarom krijgt iemand narcose tijdens een donoroperatie?

Bij levende personen hebben we een aantal narcotische middelen die iemand tijdens de operatie kan krijgen: spierverslappers, slaapmiddelen en pijnmedicatie. Bij een donoroperatie kan het zijn dat deze zelfde middelen toegediend worden, maar dan met een ander doel.

  • Middel om spieren te verslappen. Niet al onze reflexen komen vanuit de hersenen, sommige komen vanuit het ruggenmerg. Deze reflexen kunnen bij een hersendode nog steeds werken. Daarom wordt een middel gegeven om de spieren te verslappen.
  • Het middel tegen pijn kan er tevens voor zorgen dat er minder veranderingen in de bloeddruk zijn.
  • Het slaapmiddel kan er tevens voor zorgen dat bloedvaten wijder worden. Dit kan nodig zijn om de bloeddruk te verlagen.

Deze processen helpen om de kwaliteit van de organen zo goed mogelijk te houden bij uitname en de kans op een succesvolle transplantatie te vergroten.

7. Kunnen mijn organen gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek?

Soms blijkt een orgaan of weefsel na uitname toch niet geschikt voor transplantatie. Dan wordt dit orgaan of weefsel gebruikt voor onderzoek, maar enkel ten behoeve van het verbeteren van transplantatietechnieken. Nooit voor ander soort onderzoeken. Je kan hiertegen ook bezwaar maken als je dit niet wilt.

8. Samenvatting, de belangrijkste overwegingen en feiten op een rij

De nieuwe donorwet gaat er komen. De sterkste manier om van je zelfbeschikkingsrecht gebruik te maken is door jouw keuze te registreren.

Tijdens je registratie kan je kiezen voor Ja – Nee – Je partner of familie beslist – Een door jou aangewezen persoon beslist.

Kies je voor ‘Ja’, dan kan je kiezen welke organen en welke weefsels je wilt doneren.

Orgaandonatie vindt plaats als hersendode of als hartdode. Hersendood betekent dat alle functies van de hersenen zijn gestopt en ook nooit meer kunnen herstellen. Dit wordt middels een streng protocol en door meerdere artsen vastgesteld. Iemand blijft aan de apparatuur liggen tot op de operatietafel. Je bent hartdood als het hart minimaal vijf minuten niet meer klopt. Je wordt van de beademing gehaald. Na overlijden wordt vijf minuten gewacht. Daarna ga je naar de operatiekamer. Het hart kan niet meer gedoneerd worden.

Weefseldonatie vindt plaats binnen 12 tot 24 uur na overlijden. Het kan hierdoor ook plaatsvinden wanneer iemand niet in het ziekenhuis overlijdt.

Inzicht in hoe de processen rondom donatie verlopen, kan helpen om jouw keuze te maken wanneer je wel en wanneer je geen donor wilt zijn. Registreer je keuze en vertel het aan je familie. Zo is jouw wens duidelijk en geeft dit het minste stress in een toch al emotionele situatie waarin je nabestaanden jouw overlijden te verwerken hebben.

Tot slot

Ik hoop dat dit artikel je kan helpen alle informatie op een rij te zetten om jouw afweging te kunnen maken welke keuze bij jou past. De informatie waarmee ik dit artikel geschreven heb zijn hoofdzakelijk afkomstig van de websites www.donorregister.nl en www.transplantatiestichting.nl. De website www.laatjehartspreken.nu geeft informatie over waarom deze nieuwe donorwet opgesteld is. Tot slot heeft dit artikel (klik hier) bijgedragen aan mijn overwegingen. Ik sta lang niet letterlijk achter alles wat er geschreven staat, maar ik heb er wel een aantal aspecten over ‘keuzes maken’ uit gehaald.

 

Single en kinderloos – over taboes en normen

Taboes en sociale normen. Het werd onderwerp van gesprek in een Facegook groep toen iemand vroeg om ontmoetingsplaatsen met 40+ single dames die ongewenst kinderloos zijn. Niet omdat ze vruchbaarheidsissues hebben, maar omdat ze niet de juiste partner hebben gevonden en daar verdrietig over zijn. In de huidige tijd waarin veel meer mensen single zijn, lijkt nog steeds het ideaal te heersen van huisje, boompje beestje. Tegelijkertijd is het een tijd van maakbaarheid. “Als je fysiek in staat bent kinderen te krijgen, waarom doe je het dan niet alleen? Dat is ook een keuze.” Alsof je dan niet meer verdrietig kan zijn, omdat je ervoor kiest niet zonder partner kinderen te nemen. Het is de wens, de droom van samen met je geliefde voor kinderen kiezen, die wens die niet uitkomt en verdrietig maakt. Ook al kies je ervoor niet in je eentje zwanger te raken.

Nu heb ik op dit moment geen baan, geen partner en geen kinderen. Ik merk bij meerdere mensen dat ze medelijden lijken te hebben. Toch wel zielig hoor, zo alleen, en dan ook geen baan. Dan ben je toch weinig ‘geslaagd’ in het leven. Het wordt vaak niet direct uitgesproken en toch voel je de sociale normen en verwachtingen nog steeds leven in onze maatschappij. Nou, laat ik je vertellen. Geluk is mogelijk ook zonder baan, zonder partner en zonder kinderen. En tegelijkertijd voel ik af en toe verdriet om de mooie dingen die ik lijk te missen. Bijvoorbeeld wanneer ik veel moeders en kinderen zie. Of als ik eens in een mijmermomentje over de zin van het leven beland. Maar voortplanting is voor mij niet de zin van het leven. Het lijkt me een bijzondere, liefdevolle en leerzame ervaring. Maar tegelijk een die niet over rozen gaat en heel zwaar kan zijn. Is mijn levenspad kinderen voort te brengen? Of ligt mijn levenspad misschien elders in dit leven? Het niet hebben van kinderen biedt ook mogelijkheden. Vrijheid, tijd en energie die ik aan andere dingen kan besteden. Mijn liefde kan ik nog steeds doorgeven aan vrienden en in bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Zonder partner en kind die van mij houden, heb ik alleen mezelf maar om van mij te houden (en vrienden natuurlijk). Op heel andere manieren ook een leerzame weg. Niemand heeft de opdracht mij gelukkig te maken behalve ikzelf.

Dat bestaat naast de wens voor een partner en kinderen. Naast de wens voor een baan (ook daar zijn veel vooroordelen zoals over mensen die niet zouden willen werken en liever “hun hand ophouden”). Ik kan dit allemaal wensen, daaraan werken, verdrietig zijn waar wensen nog niet gerealiseerd zijn én tegelijkertijd gelukkig zijn met mezelf, wat er wél is, en wat ik voor anderen kan betekenen. Alle ideeën over status, sociale normen en hoe je denkt dat het zou moeten zijn mogen van mij overboord. Zoveel mensen kijken vanuit de eigen ervaring naar iemands verhaal en projecteren deze eigen ervaring op de ander. Maar wat voor jou werkt, hoeft voor de ander niet zo te zijn. Zoveel mensen denken ook de oplossing wel even te hebben. Ik ben dankbaar voor ieder mens die ik tegenkom die het eigen verhaal het eigen verhaal laat en gewoon luistert. Ik ben niet zielig, ik ben ook niet bewonderenswaardig. Ik ben gewoon Esther en leef mijn leven zoals het komt en maak daar het beste van. Ik droom groots, zet stappen waar mogelijk, rouw soms om wat er niet is, en geniet tegelijkertijd van wat het leven me wel biedt.

Vijf talen van de liefde

Ken je de vijf talen van de liefde al? Het concept van deze liefdestalen vond ik een heel bijzondere om te ontdekken. Het benoemt dat er vijf talen zijn waarin we onze liefde voor de ander kenbaar maken.

  • Positieve, bemoedigende woorden
  • Tijd en aandacht
  • Cadeautjes geven/krijgen
  • Hulpvaardigheid/dienstbaarheid
  • Lichamelijke aanraking

We vertellen elkaar liefdevolle woorden, besteden waardevolle tijd met elkaar, geven elkaar een oprecht en betekenisvol cadeau, helpen praktisch met het uitvoeren van verschillende taken en geven een knuffel, kus, aai of hand op de schouder.

Nu blijkt iedereen een eerste liefdestaal te hebben, een taal van jouw voorkeur. Die taal waarin jij het meest voelt dat de ander van je houdt, die jou het meeste energie geeft en oplaadt. Wat vaak gebeurt is, dat mensen met elkaar communiceren in hun eigen liefdestaal, maar daarmee hun boodschap niet het meest krachtig bij de ander overbrengen. De ander merkt dan wel dat iemand van hem/haar houdt, maar voelt het niet echt, omdat ze de boodschap in hun eigen taal missen.

Gary Chapman schreef hier verschillende boeken over. Zijn verhalen hebben soms een sterke Christelijke grondslag, toch vond ik de vele voorbeelden erg illustrerend en verhelderend. De grootste behoefte van ieder mens is liefde te geven en te ontvangen. En hoe belangrijk dan dat je hierin de juiste taal spreekt. Zoveel relaties die zeer veranderd zijn doordat mensen inzicht kregen in de liefdestaal van hun geliefde of hun kinderen en ze deze taal leerden spreken.

Zeer interessant om eens bij stil te staan en voor jezelf na te gaan. Welke taal heeft de meeste impact op jou? Waar ligt jouw grootste behoefte in hoe jij jezelf geliefd voelt? Op internet zijn ook verschillende tests te vinden, die je aangeven wat jouw eerste liefdestaal is. Je kan de mensen dicht om je heen laten weten welke liefdestaal voor jou belangrijk is.

Grotere uitdaging voor singels. Als je geen mensen dicht in je buurt hebt, wie vervult dan jouw behoefte aan het ontvangen van liefde? Kun je jouw liefdestaal ook tegen jezelf spreken? Zo heb ik bemoedigende woorden naar mezelf ingesproken via de telefoon om regelmatig terug te kunnen luisteren. Kun je jezelf tijd geven met een activiteit die jou energie geeft, een mooi cadeautje voor jezelf kopen, jezelf masseren of een massage cadeau doen. Bij dienstbaarheid helpt het om van anderen te krijgen én om te geven aan anderen. Ik ontdekt net dat Gary Chapman ook een boek voor singels heeft geschreven, deze nog eens lezen en kijken of er weer nieuwe inzichten uit komen!

Ik wens jullie mooie belevingen met jezelf en de mensen om je heen door te ontdekken hoe de verschillende liefdestalen werken en waar je het meeste energie van krijgt!

Stilgezet…

“Niets” voor je hersenen is lastig, want alles is wel “iets”. De eindeloze stroom van gedachten of je hard concentreren op stilte zijn ook “iets”. Hoe houd je je geest moeiteloos, zacht en vrij? Dat gaat goed, wat moeiteloos, en zonder strijd stroomt. Waar ik me niet mee bemoei en niks van vind.

Ik lijk wel verslaafd aan informatie. Spring op die trein en sjees in het rond. Tv, pc, telefoon, gesprekken met anderen, situaties in mijn leven. Op zoek naar prikkels, om iets van te vinden, om informatie over te zoeken of actie op te ondernemen.

Tv en pc staan uit, telefoon op stil. Ik zit in mijn stoel met mijn ogen dicht, op zoek naar niks. Maar mijn hoofd kent nog genoeg treinen om op te springen. Ik zeg tegen mezelf “leeg” en stel een leeg vat voor. Een leeg kantoorgebouw waar medewerkers vertrokken zijn. Niemand meer aan het werk. Een gum om mijn hoofd leeg te vegen. Leeg. Het werkt. Mijn geest wordt leger. Dan is daar de pijn in mijn hoofd, een zweem van emoties. Ook dat geeft informatie. Roetsj, ik zit weer op de trein. Oh ja, leeg… leeg vat, leeg kantoorgebouw.

Je geest leegmaken doet men vaak door te bewegen, door iets actiefs te doen waar je niet bij na hoeft te denken. Maar wat nu als ook dat teveel is? De hele dag mediteren? Ik merk dat gedachten best oké zijn. Zolang ik er maar niets mee doe.

Het woord ‘ego’ dient zich aan. Het ego dat overal iets van wil vinden, wil regelen en sturen. In beweging wil komen. Byron Katie zegt vaak, ‘it is not your business’ wanneer iemand zich druk maakt om anderen. Met dat virus in mijn hoofd lijkt nothing my business. Alles is teveel. Mijn herstel is not my business. Mijn lichaam regelt het zelf wel. Het enige dat van mij gevraagd wordt is aanwezig zijn en het te laten gebeuren. Niets te vinden en niets te regelen. Just be.

Karel – Mascotte Koppie Au

Karel is de mascotte van Koppie-Au, een stichting die geld inzamelt voor onderzoek naar hersentumoren bij kinderen. Doordat er veel variatie in hersentumoren is, is het lastiger hier goed onderzoek naar te doen dan naar verschillende andere vormen van kinderkanker. Koppie-Au financiert vooral klein vooronderzoek wat noodzakelijk is om de grotere onderzoeken voor te bereiden, waar onderzoekers bij de grote fondsen geld voor kunnen aanvragen. Een belangrijke stap dus op weg naar meer onderzoek naar hersentumor bij kinderen!

Karel is de mascotte, geeft een gezicht aan de stichting en is vriend voor de zieke kinderen. Karel beleeft een hoop avonturen om de kinderen hierin te betrekken. Wil je ook Koppie-Au steunen, kun je een Karel aanschaffen. Je kan Karel doneren aan een ziek kind of Karel meenemen op avontuur! Klik hier voor meer informatie over Koppie Au.

Op deze foto had Karel net een nieuw sjaaltje gekregen, die speciaal voor hem gehaakt is!

1044400_903586439758423_2282351450389383746_n